Verzet tegen datacenters groeit: kan Europa zijn AI-ambities waarmaken?

Verzet tegen datacenters groeit: kan Europa zijn AI-ambities waarmaken?

Datacenters zijn onmisbaar geworden voor onze digitale samenleving. Ze verwerken en bewaren grote hoeveelheden gegevens en maken onder meer internetdiensten, cloudopslag, videostreaming en kunstmatige intelligentie mogelijk.

Door de snelle groei van AI zijn steeds grotere datacenters nodig. Tegelijkertijd neemt het verzet tegen de bouw van deze centra toe. Omwonenden maken zich zorgen over het stroom- en waterverbruik, de beschikbare ruimte en de gevolgen voor hun leefomgeving.

Daardoor ontstaat een lastig vraagstuk. We willen profiteren van digitale ontwikkelingen, maar moeten ook bepalen hoeveel ruimte en energie de bijbehorende infrastructuur mag gebruiken.

Wat gebeurt er in een datacenter?

Een datacenter is een gebouw met grote aantallen krachtige computers, ook wel servers genoemd. Deze servers slaan gegevens op en voeren berekeningen uit.

Veel digitale diensten die we dagelijks gebruiken, werken dankzij datacenters. Denk bijvoorbeeld aan:

  • – het opslaan van bestanden en foto’s in de cloud;
  • – het versturen en bewaren van e-mail;
  • – het bekijken van films en video’s via streamingdiensten;
  • – het verwerken van digitale patiëntendossiers;
  • – internetbankieren en online betalen;
  • – videobellen en online samenwerken;
  • – het trainen en gebruiken van AI-systemen.

Een zoekopdracht, een opgeslagen foto of een vraag aan een AI-chatbot lijkt misschien iets wat alleen op een telefoon of computer gebeurt. Achter de schermen zijn echter computers in datacenters aan het werk.

Waarom vraagt AI zoveel rekenkracht?

AI-systemen moeten grote hoeveelheden informatie verwerken. Vooral het trainen van geavanceerde modellen vraagt veel rekenkracht. Duizenden speciale computerchips kunnen daarbij gedurende lange tijd tegelijk aan het werk zijn.

Ook nadat een AI-model is ontwikkeld, blijft er rekenkracht nodig. Iedere keer dat iemand een tekst laat schrijven, een afbeelding genereert of gegevens laat analyseren, voeren servers nieuwe berekeningen uit.

Naarmate meer mensen en organisaties AI gebruiken, groeit dus ook de vraag naar datacenters. Bovendien zijn datacenters voor AI vaak groter en energie-intensiever dan traditionele datacenters.

Volgens onderzoek van RaboResearch gebruiken datacenters momenteel ongeveer 2 procent van alle elektriciteit in de Europese Unie. Door de opkomst van AI kan dit aandeel in 2030 oplopen tot ongeveer 5 procent. Dat is vergelijkbaar met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van Polen.

De Europese Commissie wil de capaciteit van datacenters tussen 2030 en 2032 verdrievoudigen. Europa wil daarmee minder afhankelijk worden van Amerikaanse en andere buitenlandse aanbieders van cloud- en AI-diensten.

RaboResearch noemt die doelstelling echter zeer ambitieus. In veel Europese landen is het elektriciteitsnet al overbelast. Nieuwe datacenters moeten daardoor concurreren met woningbouw, bedrijven, laadpunten en andere projecten die eveneens op het stroomnet willen worden aangesloten.

Nederland kent dit probleem goed. Op verschillende plaatsen wachten woningen en bedrijven lange tijd op een nieuwe of zwaardere aansluiting.

Ook water, grond en landschap spelen een rol

Naast elektriciteit gebruiken sommige datacenters water om hun computers te koelen. De hoeveelheid verschilt per locatie, koelsysteem en type datacenter. Vooral in gebieden waar water schaars is, kan dit tot zorgen leiden.

Ook het ruimtegebruik roept weerstand op. Grote datacenters nemen veel grond in beslag en kunnen het landschap ingrijpend veranderen. Omwonenden vragen zich daarom af of de voordelen wel opwegen tegen de gevolgen voor hun omgeving.

Een ander discussiepunt is de werkgelegenheid. De bouw van een datacenter levert tijdelijk veel werk op, maar na de ingebruikname zijn vaak minder medewerkers nodig dan bij andere grote bedrijven. Daardoor kan er twijfel ontstaan over wat een regio op langere termijn aan een datacenter heeft.

Verzet tegen datacenters groeit snel in de Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is de weerstand inmiddels uitgegroeid tot een belangrijke maatschappelijke en politieke kwestie. Buurtbewoners verzetten zich onder meer tegen het verdwijnen van landbouwgrond en natuur, het gebruik van water en mogelijke stijgingen van de stroomprijs.

Onderzoeksbureau Data Center Watch meldde dat in het eerste kwartaal van 2026 ten minste 75 Amerikaanse datacenterprojecten werden tegengehouden of vertraagd. Deze projecten vertegenwoordigden samen een geschatte investering van ongeveer 130 miljard dollar.

Volgens de organisatie is er geen sprake meer van enkele losstaande protesten. Lokale actiegroepen delen informatie en leren van eerdere campagnes. Het onderwerp komt bovendien steeds vaker terecht bij rechters, gemeentebesturen en parlementen.

De weerstand komt zowel van Democratische als Republikeinse politici. Dat laat zien dat de zorgen niet eenvoudig bij één politieke richting zijn onder te brengen.

Data Center Watch wijst er overigens zelf op dat vertragingen niet altijd uitsluitend door protest ontstaan. Ook problemen met vergunningen, het stroomnet, infrastructuur en de financiële haalbaarheid kunnen een rol spelen.

Ook in Nederland bestaat weerstand

In Nederland ontstond eerder veel discussie over een gepland datacenter bij Zeewolde. Dat plan ging uiteindelijk niet door. Ook rond Amsterdam en andere gebieden met een overbelast elektriciteitsnet worden kritische vragen gesteld.

Omwonenden van een gepland datacenter in Amsterdam-Zuidoost vrezen bijvoorbeeld dat het project veel stroom en water zal gebruiken. Zij vragen zich af welke gevolgen dit heeft voor woningen, bedrijven en voorzieningen in het stadsdeel.

Deze zorgen zijn begrijpelijk. Wanneer stroom, water en ruimte schaars zijn, willen inwoners weten waarom een datacenter voorrang zou moeten krijgen. Ook willen zij duidelijkheid over wie de kosten van nieuwe infrastructuur betaalt.

Datacenters kunnen ook bijdragen aan duurzame energie

Het beeld is niet volledig negatief. Datacenters kunnen de ontwikkeling van duurzame energie ondersteunen. Exploitanten sluiten bijvoorbeeld langlopende contracten af met producenten van wind- en zonne-energie.

Volgens RaboResearch waren datacenters in de afgelopen tien jaar betrokken bij meer dan een derde van dergelijke Europese stroomcontracten. Deze afspraken hebben bijgedragen aan de financiële haalbaarheid van nieuwe wind- en zonneparken.

Daarnaast kunnen datacenters gebruikmaken van batterijen, eigen energieopwekking en systemen die het stroomverbruik tijdelijk aanpassen. Ook kan de warmte die servers produceren soms worden gebruikt voor het verwarmen van woningen of andere gebouwen.

Dit neemt de druk op het stroomnet niet volledig weg. Het laat wel zien dat een goed ontworpen datacenter meer kan doen dan alleen energie verbruiken.

Niet elk datacenter is hetzelfde

In discussies worden alle datacenters soms op één hoop gegooid. Toch bestaan er grote verschillen.

Een klein regionaal datacenter heeft een andere invloed op de omgeving dan een zogenoemd hyperscale-datacenter van een internationaal technologiebedrijf. Ook maakt het verschil of een centrum gewone cloudgegevens opslaat of wordt gebruikt voor zware AI-berekeningen.

Bij de beoordeling van een nieuw datacenter moet daarom onder meer worden gekeken naar:

  • – het verwachte stroom- en waterverbruik;
  • – de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet;
  • – de herkomst van de gebruikte energie;
  • – het ruimtebeslag en de gevolgen voor het landschap;
  • – het aantal banen en andere voordelen voor de omgeving;
  • – de mogelijkheid om restwarmte te gebruiken;
  • – afspraken over energieopslag en flexibel stroomgebruik;
  • – de gevolgen voor inwoners en bestaande bedrijven.

Digitale groei vraagt om duidelijke keuzes

Datacenters zijn nodig om onze digitale samenleving te laten functioneren. Zonder datacenters zijn veel alledaagse digitale diensten niet mogelijk. Ook Europese AI-ontwikkeling vraagt om voldoende rekenkracht.

Dat betekent echter niet dat ieder plan automatisch moet worden goedgekeurd. De voordelen en de lasten moeten eerlijk worden verdeeld. Omwonenden moeten tijdig worden betrokken en bedrijven moeten duidelijk maken hoeveel stroom, water en ruimte zij nodig hebben.

Ook overheden zullen keuzes moeten maken. Welke digitale infrastructuur is werkelijk belangrijk? Waar kunnen datacenters worden gebouwd zonder andere noodzakelijke ontwikkelingen te blokkeren? En aan welke voorwaarden moeten bedrijven voldoen?

Het groeiende verzet is daarom niet alleen een bedreiging voor de techsector. Het is ook een signaal dat inwoners meer invloed en duidelijkheid verwachten.

De uitdaging is om ruimte te bieden aan digitale innovatie, zonder de grenzen van het stroomnet en de leefomgeving uit het oog te verliezen. Alleen met transparante plannen, goede afspraken en aantoonbare voordelen voor de samenleving kan daarvoor voldoende draagvlak ontstaan.

Bronnen: Nederlands Dagblad, RaboResearch en Data Center Watch.

Onze cursussen

Wil je meer weten over dit onderwerp: Bekijk dan onze cursus Digitale veiligheid of de curssussen over AI.

Datacenter als symbool voor het groeiende verzet tegen datacenters

0 Reacties op "Verzet tegen datacenters groeit: kan Europa zijn AI-ambities waarmaken?"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 Computerwijs