Het nocebo-effect: hoe internet je soms letterlijk ziek kan maken

Het nocebo-effect: hoe internet je soms letterlijk ziek kan maken

Heb je weleens een symptoom opgezocht en daarna gemerkt dat je je ineens slechter voelde? Dan ben je niet de enige. Onderzoekers noemen dit het nocebo-effect: de kwaadaardige tweelingbroer van het bekendere placebo-effect. En met internet en sociale media verspreidt het zich sneller dan ooit.

Wat is het nocebo-effect precies?

Bij het placebo-effect voel je je beter, ook al krijg je een nepbehandeling. Het nocebo-effect werkt precies andersom. Je krijgt klachten of bijwerkingen, terwijl daar medisch gezien geen aanleiding voor is. Alleen de verwachting dat je ziek wordt, kan al genoeg zijn om je daadwerkelijk minder goed te voelen.

Dat klinkt misschien onschuldig, maar het is een serieus en al langer onderzocht fenomeen. Het zien of horen van iemand anders die last heeft van een behandeling, bijvoorbeeld een vaccinatie, kan al genoeg zijn. Jij gaat dan dezelfde klachten verwachten, en krijgt ze vervolgens ook echt.

Sociale media als versneller

Vroeger verspreidde dit effect zich vooral van mens tot mens, in dezelfde ruimte. Sociale media hebben dat compleet veranderd. Onderzoekers spreken inmiddels van “mass social media-induced illness”: massale, via internet verspreide ziekteverschijnselen.

Een bekend voorbeeld: vanaf 2021 meldden artsen wereldwijd een opvallende toename van tic-achtige bewegingen bij tieners, vooral meisjes. Onderzoek liet zien dat veel van deze jongeren regelmatig video’s keken van mensen met het syndroom van Tourette op TikTok. Vaak gebeurde dat vlak voordat hun eigen klachten begonnen. Neurologen classificeerden dit niet als “echte” tics, maar als functionele tic-achtige bewegingen. Dat zijn klachten die net iets anders verlopen dan bij Tourette, maar voor de persoon zelf wel degelijk echt aanvoelen.

Dit is geen kwestie van aanstellerij. De klachten zijn oprecht en kunnen flink invloed hebben op iemands dagelijks leven. Het bijzondere is vooral hóe ze ontstaan. Niet door een virus of aandoening, maar door het kijken naar en herkennen in de klachten van anderen.

Dit is niet nieuw, wel sneller

Wat vandaag “mass social media-induced illness” heet, bestond al eeuwenlang onder een andere naam: massahysterie, of massale psychogene ziekte. De geschiedenis staat vol met voorbeelden.

In de middeleeuwen braken er periodes van “dansplagen” uit, waarbij groepen mensen wekenlang onophoudelijk bleven dansen. In een Frans klooster begon ooit één non te miauwen als een kat. Binnen de kortste keren deed het hele klooster mee. In 1962 begon in een schooltje in het huidige Tanzania een lachbui bij een paar leerlingen. Die besmette uiteindelijk duizenden jongeren en leidde tot de sluiting van tien scholen.

Ook dichter bij huis zijn er voorbeelden. In 1999 werden Belgische schoolkinderen massaal ziek na het drinken van cola, waarna bleek dat de dranken niets schadelijks bevatten. In 2022 meldden jongeren op Vlaamse festivals en bij een voetbalwedstrijd klachten die pasten bij een prik met een naald (needle spiking). In veel gevallen werd hier geen bewijs voor gevonden.

Het patroon is steeds hetzelfde: geen gifstof, geen virus, maar een idee dat zich razendsnel verspreidt via angst en aandacht. Sociale media hebben deze verspreiding alleen maar makkelijker gemaakt, want een filmpje bereikt binnen enkele uren miljoenen mensen tegelijk.

Waarom Dr. Google het probleem soms erger maakt

Er is nog een verwante valkuil: cyberchondrie, ook wel “Morbus Google” genoemd. Dit ontstaat wanneer je symptomen opzoekt op internet en daardoor juist ongeruster wordt in plaats van gerustgesteld.

Het patroon herhaalt zich vaak: je zoekt een klacht op en vindt een verontrustende mogelijke oorzaak. Je wordt onrustig en zoekt vervolgens nóg meer om jezelf gerust te stellen. Die geruststelling komt zelden, want de zoekresultaten benadrukken vaak juist de ernstigste mogelijkheden. Zo kan een onschuldig trekkende spier via een paar zoekopdrachten ineens een zorgwekkend vermoeden worden.

Onderzoek laat zien dat mensen zich al na een paar minuten zoeken meer zorgen maken over hun gezondheid dan daarvoor. De zoekmachine geeft geen context mee die een arts wel heeft. Denk aan hoe vaak een aandoening eigenlijk voorkomt bij iemand van jouw leeftijd.

Hoe bescherm je jezelf hiertegen?

De onderzoekers zijn het op één punt opvallend eens. Alleen al het kennen van dit effect maakt je er minder gevoelig voor.

  • Wees je bewust van wat je consumeert. Veel en herhaaldelijk content bekijken over een bepaalde klacht of aandoening vergroot de kans dat je die klachten zelf ook gaat herkennen bij jezelf.
  • Zoek niet eindeloos door. Merk je dat een zoekopdracht je juist onrustiger maakt in plaats van geruster? Stop dan met zoeken.
  • Praat met een echte arts als je je zorgen maakt over klachten, in plaats van te blijven googelen. Een arts kan de context meewegen die een zoekmachine niet heeft.
  • Besef dat de klachten echt zijn, ook als de oorzaak psychologisch is. Iemand met het nocebo-effect stelt zich niet aan. Het is dus ook geen reden om iemand niet serieus te nemen.

Het nocebo-effect is geen reden om internet of sociale media te mijden. Het is wel een goede reden om kritisch te blijven op de hoeveelheid en het soort informatie dat je tot je neemt. Zeker als het om je gezondheid gaat.


Dit artikel is bedoeld als algemene, informatieve achtergrond. Maak je je zorgen over eigen klachten, neem dan contact op met je huisarts.

Bronnen

Pictogram dat het Nocebo-effect uitbeeldt.

0 Reacties op "Het nocebo-effect: hoe internet je soms letterlijk ziek kan maken"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 Computerwijs