Politici en AI-teksten: wat dit nieuws jou leert over AI-teksten herkennen

Politici en AI-teksten: wat dit nieuws jou leert over AI-teksten herkennen

Afgelopen week werd bekend dat premier Rob Jetten honderden berichten op sociale media door AI heeft laten schrijven. Onderzoek van de Volkskrant bracht het aan het licht. Het nieuws roept een interessante vraag op. Niet alleen voor politici. Wanneer is het gebruiken van AI voor tekst prima, en wanneer wordt het een probleem?

Wat is er precies aan de hand?

De Volkskrant onderzocht honderden berichten van Jetten en zijn partij D66 op Facebook, Instagram, X en LinkedIn. Met een AI-detectieprogramma genaamd Pangram concludeerde de krant dat zeker 232 berichten met hulp van een chatbot zijn geschreven.

Ter controle onderzocht de krant ook 700 berichten van vóór 2022, toen ChatGPT nog niet bestond. Geen van die oudere berichten werd door het programma als AI-tekst aangemerkt. Dat maakt de uitkomst best overtuigend.

Jetten en D66 zien er zelf geen probleem in. Ze gebruiken AI “af en toe” om het werk makkelijker te maken, zo liet de premier weten. Berichten worden volgens hem altijd nog door een mens bekeken voordat ze geplaatst worden.

Waarom vinden sommigen dit toch zorgelijk?

Twee hoogleraren die de Volkskrant sprak, zien wel degelijk een risico. Hoogleraar politieke communicatie Mariken van der Velden wijst erop dat AI vaak in één adem wordt genoemd met misinformatie. Dat kan de geloofwaardigheid van een premier onder druk zetten, juist omdat mensen zijn woorden moeten kunnen vertrouwen.

Hoogleraar Claes de Vreese ziet een ander risico. Taalmodellen creëren volgens hem vaak een “wenselijke emotie”, niet per se wat iemand daadwerkelijk voelt. Daardoor kunnen mensen zich gaan afvragen wie de échte persoon achter de berichten eigenlijk is.

Niet iedereen is even kritisch. Adviseur Pieter Walraven vindt AI-gebruik juist passen bij deze tijd, en noemt het een waardevolle assistent voor organisaties en politici. Wel waarschuwt hij voor te veel leunen op AI. Vooral als mensen ongefilterd overnemen wat een AI-tool oplevert, of er zelfs hun mening op baseren.

Opvallend: bij de vice-premier en een andere partijleider die de krant ook onderzocht, vond het programma nauwelijks AI-berichten. Dat verschil in aanpak is precies waar de discussie om draait.

Ook complete speeches blijken door AI geschreven

Een dag later ging Nieuwsuur verder op dit spoor. De redactie analyseerde 77 toespraken van bewindspersonen op de website van de Rijksoverheid, met hetzelfde detectieprogramma. Vijftien speeches kwamen als verdacht uit de bus. Bij tien zaten AI-gegenereerde fragmenten, en vijf bestonden vrijwel volledig uit AI-tekst.

Minister Yesilgöz en staatssecretaris Boswijk (beiden Defensie) waren daarin sterk oververtegenwoordigd. Opvallend is een speech van Boswijk tijdens de Keti Koti-herdenking, over het Nederlandse slavernijverleden. Boswijk noemde die toespraak persoonlijk en “vanuit zijn hart geschreven”. Volgens het programma bestond de tekst echter voor 95 procent uit AI. Zelf kon hij niet goed verklaren hoe dat kan.

Het ministerie van Defensie ontkent dat AI wordt gebruikt om complete speeches te genereren. Het zou alleen als hulpmiddel worden ingezet, bijvoorbeeld om een synoniem te zoeken.

Wat maakt een tekst herkenbaar als AI?

Taalkundige Tom Dobber (Universiteit van Amsterdam) bekeek de teksten en herkende een aantal typische patronen:

  • Het gedachtestreepje. AI-modellen gebruiken dit vaak om twee delen van een zin met elkaar te verbinden.
  • De “drietrapsraket”. Net als bij de eerdere berichten van Jetten worden dingen vaak in groepjes van drie genoemd.
  • Contrasten en ontkenningen. Bijvoorbeeld: “niet dit, maar dat” of “niet alleen dit, maar ook dat”.
  • Korte, ietwat plechtige zinnen na elkaar, die inhoudelijk weinig toevoegen. Dobber noemt dit “ongemakkelijk en hol taalgebruik”.

Volgens Dobber is er niets mis met AI gebruiken om een tekst te verbeteren. Het wordt anders zodra een hele tekst door AI wordt gegenereerd. Dan verbreek je volgens hem een soort onuitgesproken afspraak met je lezer of toehoorder. Die gaat er namelijk van uit dat jij zelf over je woorden hebt nagedacht.

Een kanttekening is hier wel op zijn plaats: Pangram herkent schrijfstijl, niet hoeveel denkwerk daadwerkelijk is overgenomen. Een mens die toevallig in een wat “gladde” of formele stijl schrijft, kan dus ook onterecht als AI worden aangemerkt. Bij grote hoeveelheden data is het programma betrouwbaar, bij één individuele tekst kan het weleens misgaan.

Ook in de Tweede Kamer neemt AI-gebruik toe

Een paar dagen na het nieuws over Jetten en de kabinetsspeeches deed de NOS eigen onderzoek naar Kamervragen. Van 2500 onderzochte documenten met in totaal ruim 28.000 Kamervragen bevatte een kwart sporen van AI. Dat aandeel groeit gestaag: van 17 procent een halfjaar eerder naar 26 procent in de meest recente periode.

Interessant is dat deskundigen dit niet automatisch als een probleem zien. AI-ontwikkelaar Maarten Sukel zegt dat hij het juist kwalijk zou vinden als Kamerleden AI helemaal niet zouden gebruiken. Grote taalmodellen kunnen hen helpen om sneller de juiste vragen te stellen, zolang ze zelf verantwoordelijk blijven voor de inhoud.

Meerdere Kamerleden bevestigen dan ook openlijk AI te gebruiken. Denk aan Daniël van den Berg (JA21), Renate den Hollander (VVD) en Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66). Zij beschrijven het als hulpmiddel bij het doorzoeken van documenten, het inkorten van tekst of het verbeteren van formuleringen. Geen vervanging van hun eigen denkwerk dus.

Techdenker Marleen Stikker plaatst daar een andere kanttekening bij. Niet over eerlijkheid richting de kiezer, maar over afhankelijkheid: “We outsourcen onze democratische systemen naar algoritmes van Amerikaanse AI-bedrijven, die ook nog eens niet neutraal zijn, maar gekleurd.” Dat roept een andere, minstens zo belangrijke vraag op. Wíe bepaalt eigenlijk mede de inhoud van onze politiek, als een groot deel van het voorbereidende werk via buitenlandse AI-systemen loopt?

Wat kun je hiervan meenemen?

Dit verhaal gaat niet alleen over een premier. Steeds meer mensen gebruiken AI om e-mails, berichten of teksten voor werk te schrijven, en dat is op zich prima. AI kan echt een handig hulpmiddel zijn, zoals Jetten zelf ook aangeeft.

Waar het om gaat is hoe je het gebruikt:

  • Laat een AI-tekst altijd door een mens nalezen voordat je die verstuurt of publiceert. Zeker als het om belangrijke of persoonlijke communicatie gaat.
  • Wees open over AI-gebruik als dat ertoe doet. Bij een vluchtige social media-post maakt het weinig uit, bij een officiële boodschap namens een organisatie kan het juist het vertrouwen van je lezers raken.
  • Leer zelf de signalen herkennen. Of het nu gaat om een nieuwsbericht, een review of een bericht van een bekende Nederlander: een kritische blik op wat je online leest, wordt met de dag belangrijker.

Precies dit soort vaardigheden, zelf goed en verantwoord met AI leren werken, en leren herkennen wanneer je iets AI-gegenereerd voor je hebt, behandelen we ook in onze AI-trainingen.


Gebaseerd op berichtgeving van NOS en Nieuwsuur over onderzoek van de Volkskrant, Nieuwsuur en de NOS zelf naar AI-gebruik door politici en bewindspersonen.

Bronnen

Polictici gebruiken AI om teksten te schrijven

0 Reacties op "Politici en AI-teksten: wat dit nieuws jou leert over AI-teksten herkennen"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 Computerwijs