Op 10 september werd bekend dat premier Rob Jetten honderden berichten op sociale media door AI heeft laten schrijven. Onderzoek van de Volkskrant bracht het aan het licht. Sindsdien is er meer nieuws bijgekomen. Het onderwerp roept een interessante vraag op, niet alleen voor politici. Wanneer is het gebruiken van AI voor tekst prima, en wanneer wordt het een probleem?
Wat is er precies aan de hand?
De Volkskrant onderzocht honderden berichten van Jetten en zijn partij D66 op Facebook, Instagram, X en LinkedIn. Met een AI-detectieprogramma genaamd Pangram concludeerde de krant dat zeker 232 berichten met hulp van een chatbot zijn geschreven.
Ter controle onderzocht de krant ook 700 berichten van vóór 2022, toen ChatGPT nog niet bestond. Geen van die oudere berichten werd door het programma als AI-tekst aangemerkt. Dat maakt de uitkomst best overtuigend.
Jetten en D66 zien er zelf geen probleem in. Ze gebruiken AI “af en toe” om het werk makkelijker te maken, zo liet de premier weten. Berichten worden volgens hem altijd nog door een mens bekeken voordat ze geplaatst worden.
Waarom vinden sommigen dit toch zorgelijk?
Twee hoogleraren die de Volkskrant sprak, zien wel degelijk een risico. Hoogleraar politieke communicatie Mariken van der Velden wijst erop dat AI vaak in één adem wordt genoemd met misinformatie. Dat kan de geloofwaardigheid van een premier onder druk zetten, juist omdat mensen zijn woorden moeten kunnen vertrouwen.
Hoogleraar Claes de Vreese ziet een ander risico. Taalmodellen creëren volgens hem vaak een “wenselijke emotie”, niet per se wat iemand daadwerkelijk voelt. Daardoor kunnen mensen zich gaan afvragen wie de échte persoon achter de berichten eigenlijk is.
Niet iedereen is even kritisch. Adviseur Pieter Walraven vindt AI-gebruik juist passen bij deze tijd, en noemt het een waardevolle assistent voor organisaties en politici. Wel waarschuwt hij voor te veel leunen op AI. Vooral als mensen ongefilterd overnemen wat een AI-tool oplevert, of er zelfs hun mening op baseren.
Opvallend: bij de vice-premier en een andere partijleider die de krant ook onderzocht, vond het programma nauwelijks AI-berichten. Dat verschil in aanpak is precies waar de discussie om draait.
Ook complete speeches blijken door AI geschreven
Een dag later ging Nieuwsuur verder op dit spoor. De redactie analyseerde 77 toespraken van bewindspersonen op de website van de Rijksoverheid, met hetzelfde detectieprogramma. Vijftien speeches kwamen als verdacht uit de bus. Bij tien zaten AI-gegenereerde fragmenten, en vijf bestonden vrijwel volledig uit AI-tekst.
Minister Yesilgöz en staatssecretaris Boswijk (beiden Defensie) waren daarin sterk oververtegenwoordigd. Opvallend is een speech van Boswijk tijdens de Keti Koti-herdenking, over het Nederlandse slavernijverleden. Boswijk noemde die toespraak persoonlijk en “vanuit zijn hart geschreven”. Volgens het programma bestond de tekst echter voor 95 procent uit AI. Zelf kon hij niet goed verklaren hoe dat kan.
Het ministerie van Defensie ontkent dat AI wordt gebruikt om complete speeches te genereren. Het zou alleen als hulpmiddel worden ingezet, bijvoorbeeld om een synoniem te zoeken.
Wat maakt een tekst herkenbaar als AI?
Taalkundige Tom Dobber (Universiteit van Amsterdam) bekeek de teksten en herkende een aantal typische patronen:
- Het gedachtestreepje. AI-modellen gebruiken dit vaak om twee delen van een zin met elkaar te verbinden.
- De “drietrapsraket”. Net als bij de eerdere berichten van Jetten worden dingen vaak in groepjes van drie genoemd.
- Contrasten en ontkenningen. Bijvoorbeeld: “niet dit, maar dat” of “niet alleen dit, maar ook dat”.
- Korte, ietwat plechtige zinnen na elkaar, die inhoudelijk weinig toevoegen. Dobber noemt dit “ongemakkelijk en hol taalgebruik”.
Volgens Dobber is er niets mis met AI gebruiken om een tekst te verbeteren. Het wordt anders zodra een hele tekst door AI wordt gegenereerd. Dan verbreek je volgens hem een soort onuitgesproken afspraak met je lezer of toehoorder. Die gaat er namelijk van uit dat jij zelf over je woorden hebt nagedacht.
Een kanttekening is hier wel op zijn plaats: Pangram herkent schrijfstijl, niet hoeveel denkwerk daadwerkelijk is overgenomen. Een mens die toevallig in een wat “gladde” of formele stijl schrijft, kan dus ook onterecht als AI worden aangemerkt. Bij grote hoeveelheden data is het programma betrouwbaar, bij één individuele tekst kan het weleens misgaan.
Ook in de Tweede Kamer neemt AI-gebruik toe
Een paar dagen na het nieuws over Jetten en de kabinetsspeeches deed de NOS eigen onderzoek naar Kamervragen. Van 2500 onderzochte documenten met in totaal ruim 28.000 Kamervragen bevatte een kwart sporen van AI. Dat aandeel groeit gestaag: van 17 procent een halfjaar eerder naar 26 procent in de meest recente periode.
Interessant is dat deskundigen dit niet automatisch als een probleem zien. AI-ontwikkelaar Maarten Sukel zegt dat hij het juist kwalijk zou vinden als Kamerleden AI helemaal niet zouden gebruiken. Grote taalmodellen kunnen hen helpen om sneller de juiste vragen te stellen, zolang ze zelf verantwoordelijk blijven voor de inhoud.
Meerdere Kamerleden bevestigen dan ook openlijk AI te gebruiken. Denk aan Daniël van den Berg (JA21), Renate den Hollander (VVD) en Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66). Zij beschrijven het als hulpmiddel bij het doorzoeken van documenten, het inkorten van tekst of het verbeteren van formuleringen. Geen vervanging van hun eigen denkwerk dus.
Techdenker Marleen Stikker plaatst daar een andere kanttekening bij. Niet over eerlijkheid richting de kiezer, maar over afhankelijkheid: “We outsourcen onze democratische systemen naar algoritmes van Amerikaanse AI-bedrijven, die ook nog eens niet neutraal zijn, maar gekleurd.” Dat roept een andere, minstens zo belangrijke vraag op. Wíe bepaalt eigenlijk mede de inhoud van onze politiek, als een groot deel van het voorbereidende werk via buitenlandse AI-systemen loopt?
Onzichtbare watermerken: wat kun je ermee?
Naast stijlkenmerken komt er nu ook een technische manier om AI-tekst te herkennen. OpenAI voegt een onzichtbaar watermerk toe aan teksten van ChatGPT-gebruikers in de Europese Unie. Het heet textGrain. Het is geen stempel of speciaal teken, maar zit verwerkt in de woordkeuze van het model. Volgens de NOS voerde Anthropic, de maker van Claude, twee maanden geleden al een vergelijkbaar watermerk in, wereldwijd.
De aanleiding zijn de nieuwe Europese transparantieregels, die vragen om herkenbare markering van AI-content. Volgens techdeskundige Bert Hubert helpt dat vooral bij fraude. Denk aan een nepmail van een energiebedrijf die door AI is geschreven. Een mailprogramma zou dan kunnen waarschuwen.
Als lezer merk je hier voorlopig weinig van. Je kunt het watermerk niet zien. De detector is alleen beschikbaar voor erkende onderzoekers en expertorganisaties, niet voor het publiek. Bovendien is detectie niet waterdicht, zo geeft OpenAI zelf aan:
- Korte teksten zijn lastiger. Bij een passage van ongeveer 150 woorden vond de detector het watermerk in zo’n 80 procent van de gevallen. Bij ongeveer 300 woorden was dat zo’n 95 procent. De detector is zo afgesteld dat hij in 1 procent van de gevallen ten onrechte een watermerk meldt.
- Bewerken verzwakt het signaal. Verving OpenAI 10 procent van de woorden door synoniemen, dan daalde de detectie van ongeveer 92 naar 66 procent. Bij 25 procent vervangen woorden bleef 17 procent over.
- Geen watermerk bewijst niets. Het betekent niet dat een mens de tekst schreef. De tekst kan te kort zijn, bewerkt of vertaald, of van een ander bedrijf komen.
- Een watermerk meet geen menselijke inbreng. Het zegt niet hoeveel een mens heeft bijgedragen, en ook niet of de tekst klopt.
Het watermerk is dus een hulpmiddel, geen bewijs. Dat past bij de kanttekening die we eerder maakten bij het detectieprogramma Pangram. Beschuldig iemand dus nooit op basis van één detector.
Wat kun je hiervan meenemen?
Dit verhaal gaat niet alleen over een premier. Steeds meer mensen gebruiken AI om e-mails, berichten of teksten voor werk te schrijven, en dat is op zich prima. AI kan echt een handig hulpmiddel zijn, zoals Jetten zelf ook aangeeft.
Waar het om gaat is hoe je het gebruikt:
- Laat een AI-tekst altijd door een mens nalezen voordat je die verstuurt of publiceert, zeker als het om belangrijke of persoonlijke communicatie gaat.
- Wees open over AI-gebruik als dat ertoe doet. Bij een vluchtige social media-post maakt het weinig uit, bij een officiële boodschap namens een organisatie kan het juist het vertrouwen van je lezers raken.
- Publiceer je zelf AI-tekst om het publiek te informeren? Dan geldt sinds 2 augustus 2026 een vermeldplicht. Die vervalt als een mens de tekst heeft gecontroleerd en de redactionele verantwoordelijkheid draagt. Twijfel je, vraag dan een jurist of kijk op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens.
- Leer zelf de signalen herkennen. Of het nu gaat om een nieuwsbericht, een review of een bericht van een bekende Nederlander: een kritische blik op wat je online leest, wordt met de dag belangrijker.
Precies dit soort vaardigheden, zelf goed en verantwoord met AI leren werken, en leren herkennen wanneer je iets AI-gegenereerd voor je hebt, behandelen we ook in onze AI-trainingen.
Gebaseerd op berichtgeving van NOS en Nieuwsuur over onderzoek van de Volkskrant, Nieuwsuur en de NOS zelf naar AI-gebruik door politici en bewindspersonen.
Bronnen
- NOS, “Premier Jetten liet zijn berichten door AI schrijven: handig of zorgelijk?”
- Nieuwsuur, “Jetten deed het op sociale media, deze kabinetsleden schreven hele speeches met AI”
- NOS, “Kwart gestelde Kamervragen bevat AI-sporen, aantal neemt toe”
NOS, “Ook ChatGPT-teksten krijgen onzichtbaar ‘watermerk'” - OpenAI, “Our approach to EU text provenance rules”
- Autoriteit Persoonsgegevens, “Transparantie-eisen voor AI: wat betekent dit voor u?”


0 Reacties op "Politici en AI-teksten: wat dit nieuws jou leert over AI-teksten herkennen"