Geen televisie in de woonkamer, kinderen die de hele middag buitenspelen en een gezin dat zich best mag vervelen. Op sociale media gaat een trend rond waarin ouders hun kinderen opvoeden zoals in de jaren negentig. Je vindt het onder namen als nineties parenting. Volgens EW zijn het vooral millennial-ouders, geboren tussen 1981 en 1996. Dat schreef Laurien Onderwater op 30 september 2026.
Wat zit er achter deze trend? En wat kun je ervan meenemen naar het gezinsleven van nu, waarin schermen overal zijn?
Wat is nineties parenting?
De trend draait om een rustiger tempo. Kinderen zitten niet de hele dag achter een scherm. Ze spelen vaak buiten, zonder dat ouders ze volgen met een gps-horloge. Ze helpen mee in huis, bijvoorbeeld met koken of de vaatwasser. En ze mogen zich vervelen.
Op TikTok en andere platforms delen ouders hun tips. Zoek op “Raising My Kids Like The 90s” en je vindt volgens EW een reeks video’s. Samen zijn ze miljoenen keren bekeken. Officiële cijfers bestaan niet. EW baseert zich op de duizenden filmpjes en posts online.
Een van de ouders in het artikel is Guido Bakker (36). Hij en zijn vrouw zetten de televisie na een verbouwing in de schuur. Hun twee zonen spelen nu veel buiten, lezen en helpen koken. Soms is een filmavond voor het hele gezin een uitzondering, vooral in de wintermaanden.
Waarom juist millennials?
Millennials hebben de digitalisering bewust meegemaakt. Jeugd- en mediaonderzoeker Helen Vossen van de Universiteit Utrecht legt het uit. Millennials herinneren zich een tijd zonder smartphones en tablets. Je maakte een afspraak met je ouders en hield je eraan. Even appen dat je later thuis was, kon niet.
Zij kunnen de tijd van voor en na de digitalisering dus vergelijken. Jongeren van nu groeien vanaf hun geboorte op met digitale technologie. Dat de trend vooral bij millennials aanslaat, is volgens het artikel dan ook niet verrassend.
Vossen vraagt zich ook af of de trend alleen over opvoeding gaat. Of komt hij voort uit de hang van ouders om zelf weer even zonder scherm te zijn? Zodra we even niets te doen hebben, pakken we vaak onze telefoon erbij.
Waarom verveling goed voor kinderen is
Kinderen hoeven niet de hele dag te worden vermaakt. Volgens EW tonen diverse studies aan dat een beetje verveling goed voor ze is. Het zet aan tot dagdromen en creativiteit. Ook helpt het kinderen om nieuwe gebeurtenissen te verwerken.
Dat geldt niet alleen voor kinderen. Ook volwassenen zijn slechter geworden in nietsdoen.
Waarom kinderprogramma’s je kind snel overprikkelen
Kinderprogramma’s zijn de afgelopen jaren een stuk sneller geworden. EW noemt het YouTube-kanaal CoComelon als bekend voorbeeld. Dat kanaal heeft 202 miljoen abonnees. De video’s bestaan uit snelle beelden, felle kleuren en veel geluidseffecten. Zo houden ze de aandacht van peuters en kleuters vast.
Volgens EW test het bedrijf achter het kanaal hoe lang kinderen blijven kijken. Raakt een kind afgeleid? Dan wordt het beeld vervangen door iets flitsenders.
De langetermijneffecten zijn nog niet voldoende onderzocht. Onderzoekers zien wel dat kinderen sneller overprikkeld raken. Rustigere activiteiten kosten hun dan meer moeite om bij te blijven. Daarom kiezen steeds meer ouders voor oudere, tragere series, zoals Pingu, Buurman en Buurman en Teletubbies.
Technologie die ouders een gevoel van controle geeft
Vossen noemt nog een ander punt. Technologie heeft ouders veel controle gegeven. Denk aan een babyfoon met camera of een gps-horloge voor je kind.
Zulke hulpmiddelen kunnen nuttig zijn en geven een veilig gevoel. Maar sommige ouders kijken naar elk bewegingetje op het scherm, en dat geeft onrust. Bij een gps-horloge denken ouders: dan kan ik mijn kind naar buiten sturen, want ik weet waar het is. Dat geeft een groot gevoel van controle. De technologie neemt zo het ongemak weg dat bij meer vrijheid hoort.
Dat ongemak is voor ouders spannend, bijvoorbeeld als je kind voor het eerst alleen naar school fietst. Voor het kind zijn die momenten juist leerzaam. Volgens Vossen moeten kinderen autonomer en zelfstandiger worden en daarvoor ook de kans krijgen.
Wat je liever niet overneemt
Wie de jaren negentig als voorbeeld neemt, moet selectief zijn. De trend gaat vooral over de vrijheid en rust van toen. Over de manier waarop ouders en kinderen met emoties omgingen, hoor je veel minder.
Gehoorzaamheid en ouderlijk gezag waren toen duidelijke waarden. Bakker herkent dat uit zijn eigen jeugd. Bij boosheid of verdriet werd hij soms afgeleid, bijvoorbeeld met televisie of iets lekkers. Achteraf denkt hij dat er daardoor niet altijd ruimte was om stil te staan bij zijn gevoel.
Toch is het beeld van “vroeger streng, nu zacht” te simpel. Pedagoog Mandy Oude Veldhuis-Talhout promoveerde onlangs in Groningen op interviews met drie generaties Nederlanders. De oudste generatie vond zichzelf strikt opgevoed, met duidelijke regels. Toch ervoer zij ook warmte en vertrouwen van haar ouders.
Vossen vat het zo samen: kinderen moeten grenzen leren, maar ook warmte en betrokkenheid ervaren. Het belangrijkste is dat je als ouder warm en tegelijk duidelijk bent.
Hoeveel schermtijd is verstandig?
Het Iene Miene Media Onderzoek 2026 meet het mediagebruik in gezinnen. Kinderen van 0 tot en met 6 jaar besteden gemiddeld 126 minuten per dag aan digitale media. Dat is veel meer dan de richtlijn adviseert.
De Richtlijn gezond schermgebruik is in opdracht van de overheid opgesteld, onder meer door Vossen. Daarin staat:
- Tot 2 jaar: geen schermtijd.
- Tot 4 jaar: maximaal een half uur per dag.
- Tot 8 jaar: maximaal een uur per dag.
Lang kijken naar het licht van een tablet of telefoon kan onder meer leiden tot bijziendheid, slecht slapen en overprikkeling.
Vossen wil schermen niet uit het gezin bannen. Schermen zijn volgens haar niet de boeman. Ze moeten wel een functie hebben en niet dienen om emoties te reguleren. Gebruik een scherm dus niet als snelle oplossing als je kind boos of verdrietig is.
Wat kun je er in de praktijk mee?
Je hoeft niet alles uit de jaren negentig terug te halen. Deze punten uit het artikel zijn goed toepasbaar:
- Maak schermvrije momenten. Vossen noemt dit het element uit de jaren negentig dat gezinnen volgens haar zouden moeten terugbrengen. Denk aan een telefoon die niet mee naar de slaapkamer gaat of niet op tafel ligt tijdens het eten.
- Wees duidelijk in je afspraken. Eigen onderzoek van Vossen laat zien dat heldere afspraken over schermgebruik zelfcontrole bij jongeren helpen.
- Gebruik een scherm met een doel. Laat het geen automatische oplossing worden voor verveling of boosheid.
- Gun je kind vrijheid. Dat kan betekenen dat je ook zelf wat ongemak moet verdragen. Volgens Vossen neemt technologie dat ongemak weg, terwijl die momenten voor het kind leerzaam zijn.
- Vul de vrije tijd samen in. Een bordspel, een wandeling of gewoon praten. Meer gezinstijd is volgens Vossen belangrijk.
- Wees mild voor jezelf. Online opvoedtips zijn vaak ongenuanceerd: dit mag wel, dit mag niet. Vossen waarschuwt dat rigide omgaan met zulke regels stress geeft. Stress bij ouders is slecht voor kinderen.
Past dit bij het telefoonverbod op school?
Het gaat in beide gevallen over de rol van schermen in het leven van kinderen. Lees in ons artikel over het telefoonverbod op school en de nieuwe online regels wat dat voor ouders betekent.
Tot slot
Wat op sociale media als nieuwe opvoedtrend wordt gebracht, is eigenlijk heel gewoon. Kinderen minder voor een scherm zetten, vaker buiten laten spelen en meer tijd met het gezin doorbrengen. Of het nu de jaren negentig heten of niet: het gaat om minder schermen, meer buitenspelen en meer gezinstijd.


0 Reacties op "Opvoeden zoals in de jaren negentig: wat werkt echt, en wat laat je liever achter?"