De helft van de kinderen tussen de 10 en 15 jaar ziet weleens nare berichten op sociale media. Het gaat om berichten of beelden waarvan zij bang of verdrietig worden. Toch vertellen kinderen thuis vaak niet wat zij hebben gezien. Ze schamen zich of zijn bang dat hun ouders boos worden.
Dat blijkt uit een peiling van het ministerie van Economische Zaken. Staatssecretaris Willemijn Aerdts roept ouders daarom op om vaker met hun kinderen te praten over wat zij online meemaken.
Een open gesprek kan kinderen helpen om nare ervaringen te verwerken. Het zorgt er bovendien voor dat zij eerder naar een volwassene stappen wanneer er online iets misgaat.
Nare beelden op Snapchat en TikTok
Kinderen noemen vooral Snapchat en TikTok als platforms waarop zij vervelende of schokkende berichten tegenkomen. Het kan bijvoorbeeld gaan om geweld, pesten, bedreigingen, seksuele beelden of berichten die angst oproepen.
Sociale media laten vooral inhoud zien die aansluit bij wat iemand eerder heeft bekeken. Wie even blijft kijken naar een schokkend filmpje, kan daardoor al snel meer vergelijkbare beelden te zien krijgen. Kinderen begrijpen niet altijd waarom dat gebeurt en weten vaak niet hoe zij dit kunnen stoppen.
Volgens staatssecretaris Aerdts doen de platforms nog onvoldoende om minderjarigen te beschermen. Zij noemt de online wereld daarom nog geen veilige plek voor kinderen.
Lees het hoofdartikel van de NOS.
Waarom vertellen kinderen het niet?
Een kind kan verschillende redenen hebben om een nare online ervaring voor zichzelf te houden. Sommige kinderen zijn bang dat hun telefoon wordt afgepakt of dat zij een app niet meer mogen gebruiken. Andere kinderen denken dat zij zelf iets verkeerd hebben gedaan.
Ook schaamte speelt een rol. Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer een kind op een ongepaste link heeft geklikt, een foto heeft doorgestuurd of contact heeft gehad met iemand die achteraf niet te vertrouwen bleek.
Een boze of veroordelende reactie kan ervoor zorgen dat een kind de volgende keer niets meer vertelt. Om die reden is het belangrijk om eerst rustig te luisteren.
Praat ook over leuke dingen
Een gesprek over sociale media hoeft niet pas te beginnen wanneer er iets vervelends is gebeurd. Vraag regelmatig welke filmpjes, berichten of makers een kind leuk vindt. Kijk af en toe samen naar wat er op het scherm verschijnt.
Wanneer ouders belangstelling tonen voor de leuke en grappige kanten van sociale media, wordt de drempel lager om ook over vervelende ervaringen te praten.
Vragen die hierbij kunnen helpen zijn:
- – Wat vind je leuk om op TikTok, Snapchat of Instagram te bekijken?
- – Heb je vandaag iets gezien dat je vreemd of vervelend vond?
- – Krijg je weleens berichten van mensen die je niet kent?
- – Weet je hoe je iemand kunt blokkeren of een bericht kunt melden?
- – Wat zou je doen als een vriend of vriendin online wordt gepest?
Probeer het gesprek open te houden. Luister eerst en zoek daarna samen naar een oplossing.
Online ruzies gaan mee naar school
Wat online gebeurt, blijft niet altijd online. De Onderwijsinspectie ziet dat ruzies op sociale media regelmatig doorgaan in de klas. Andersom kunnen conflicten op school zich ’s middags en ’s avonds online voortzetten.
Voor leerkrachten is een online ruzie vaak moeilijk te zien. Soms wordt het probleem pas duidelijk wanneer een conflict ernstig escaleert. Volgens de Onderwijsinspectie is het aantal meldingen van psychisch en lichamelijk geweld op scholen in twee jaar tijd met een kwart gestegen.
Op veel middelbare scholen geldt inmiddels een smartphoneverbod of mogen leerlingen hun telefoon alleen tijdens de pauze gebruiken. Scholen met een volledig verbod melden minder problemen met sociale media en minder pestgedrag. Een telefoonverbod op school lost echter niet alles op. Na schooltijd gaan sociale media en online pesten gewoon door.
Daarom is samenwerking tussen ouders, leerlingen en scholen belangrijk. Niet alleen wanneer er iets is gebeurd, maar ook bij het aanleren van veilig en verantwoord mediagebruik.
Lees meer over sociale media en geweld op scholen.
Steeds meer landen willen een leeftijdsgrens
In verschillende Europese landen wordt gewerkt aan een minimumleeftijd voor sociale media. Frankrijk nam een wet aan die het gebruik van sociale media onder de 15 jaar moest verbieden. De Franse Constitutionele Raad oordeelde later dat de wet in deze vorm niet in overeenstemming was met de grondwet. De Franse regering werkt daarom aan een aangepaste versie.
Ook Griekenland wil sociale media verbieden voor kinderen onder de 15 jaar. Andere Europese landen bespreken vergelijkbare maatregelen.
Nederland wil bij voorkeur Europese afspraken. Hiermee moet worden voorkomen dat ieder land andere regels invoert. Verschillende regels zouden onduidelijk kunnen worden voor ouders, kinderen, toezichthouders en technologiebedrijven.
Advies voor een Europese ondergrens
Een adviescommissie van de Europese Commissie stelt voor dat kinderen onder de 13 jaar sociale media niet zelfstandig mogen gebruiken. Onder begeleiding van een ouder of leraar zou dit eventueel wel mogelijk moeten blijven. Daarbij wordt ook een tijdslimiet geadviseerd.
Vanaf 13 jaar zouden jongeren volgens de onderzoekers geleidelijk meer vrijheid kunnen krijgen. Platforms moeten hun apps dan wel aanpassen aan de leeftijd van de gebruiker.
De onderzoekers wijzen onder andere op functies die langdurig gebruik stimuleren. Denk aan eindeloos doorscrollen en meldingen die kinderen steeds opnieuw naar een app lokken. Technologiebedrijven zouden volgens het advies zelf moeten aantonen dat hun platforms veilig genoeg zijn voor jonge gebruikers.
Een verbod alleen is echter niet voldoende. Leeftijdscontroles kunnen worden omzeild en sociale media hebben ook positieve kanten. Jongeren onderhouden er contacten, vinden informatie en ontwikkelen digitale vaardigheden. Naast duidelijke grenzen blijft goed onderwijs over mediagebruik daarom noodzakelijk.
Lees het advies aan de Europese Commissie.
Betere controle van de leeftijd
Een leeftijdsgrens werkt alleen wanneer platforms de leeftijd van gebruikers daadwerkelijk controleren. Een knop waarop iemand zelf kan aangeven ouder dan 13 of 18 jaar te zijn, biedt nauwelijks bescherming.
De Europese Commissie heeft daarom een techniek ontwikkeld waarmee landen en bedrijven apps voor leeftijdscontrole kunnen maken. Een gebruiker kan hiermee bewijzen dat hij of zij oud genoeg is, zonder andere persoonlijke gegevens met een website of platform te delen.
De techniek is niet waterdicht. Een controle kan bijvoorbeeld worden omzeild met een VPN-verbinding of door de hulp van een volwassene in te schakelen. Toch kan een betere controle het voor jonge kinderen moeilijker maken om zonder toezicht een account te openen.
Lees meer over de Europese plannen voor online leeftijdscontrole.
Wat kunnen ouders nu al doen?
Nieuwe wetten en technische oplossingen laten waarschijnlijk nog enige tijd op zich wachten. Ouders hoeven daar niet op te wachten. Zij kunnen nu al een aantal praktische stappen nemen:
- 1. Praat regelmatig over sociale media
Vraag niet alleen naar problemen, maar toon ook belangstelling voor wat een kind leuk vindt. - 2. Reageer rustig wanneer een kind iets vertelt
Bedank het kind voor het vertrouwen. Probeer niet direct boos te worden of de telefoon af te pakken. - 3. Bekijk samen de instellingen
Controleer wie contact kan opnemen, wie berichten kan zien en of een account openbaar of afgeschermd is. - 4. Leg uit hoe blokkeren en melden werkt
Oefen samen hoe een ongewenst account of schadelijk bericht kan worden gemeld. - 5. Maak duidelijke afspraken
Spreek af wanneer en hoelang sociale media mogen worden gebruikt. Maak ook afspraken over telefoongebruik voor het slapengaan. - 6. Bewaar bewijs bij ernstige situaties
Maak schermafbeeldingen van bedreigingen, afpersing of ernstig pestgedrag voordat berichten worden verwijderd. - 7. Vraag hulp wanneer dat nodig is
Neem bij online pesten contact op met school. Bij bedreiging, afpersing of seksueel misbruik kan ook professionele hulp of de politie nodig zijn.
Verbieden én begeleiden
Een minimumleeftijd kan jonge kinderen beter beschermen, maar regels nemen de verantwoordelijkheid van volwassenen niet weg. Kinderen hebben begeleiding nodig om te begrijpen hoe sociale media werken, waarom zij bepaalde berichten te zien krijgen en wat zij kunnen doen als iets niet goed voelt.
Het belangrijkste is dat een kind weet: wat je online ook meemaakt, je mag er altijd over vertellen. Zonder direct te worden veroordeeld of gestraft.
Een veilig gesprek thuis is geen volledige oplossing voor alle risico’s van sociale media. Het is wel een belangrijke eerste stap.
Onze opleiding over mediaopvoeding
Wilt u meer weten over dit onderwerp? Volg dan onze opleiding Mediaopvoeding voor ouders/opvoeders.


0 Reacties op "Veel kinderen zien nare berichten op sociale media: praten helpt"