De verborgen kosten van AI: wat er achter je prompt schuilgaat

De verborgen kosten van AI: wat er achter je prompt schuilgaat

Voor de meeste mensen ziet AI eruit als een tekstvak op een scherm. Je typt een vraag in en krijgt binnen enkele seconden een uitgebreid antwoord terug. Wat je niet ziet, is de lange keten van techniek en mensenwerk die daarachter schuilgaat. En die keten heeft een prijs.

Waarom AI zoveel stroom nodig heeft

Voordat een AI-model vragen kan beantwoorden, moet het eerst trainen. Dat betekent: patronen leren herkennen in enorme hoeveelheden tekst en data. Dat kost enorm veel rekenkracht, en dus stroom.

In Nederland zie je dat terug in harde cijfers. Datacenters verbruikten in 2024 samen 5,1 TWh elektriciteit, oftewel 4,6 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik. Dat is vergelijkbaar met het jaarverbruik van bijna 2 miljoen huishoudens. In 2021 lag dit aandeel nog op 3,3 procent, dus de groei gaat snel.

Netbeheerder Tennet verwacht dat dit aandeel in 2030 kan oplopen tot 10 tot 15 procent. Nederland telt inmiddels zo’n 200 datacenters, waarvan de meeste rond Amsterdam. Ongeveer 45 grote datacenters zijn samen verantwoordelijk voor 90 procent van dat verbruik.

Wat je niet mag weten over datacenters

Hier wordt het extra opvallend. Driekwart van de Nederlandse datacenters houdt zijn precieze water- en stroomverbruik geheim, ondanks een wettelijke verplichting om dit te rapporteren. Dat bracht onderzoeksplatform Lighthouse Reports aan het licht, in samenwerking met Trouw en andere Europese media. Het onderzoekscollectief probeerde een jaar lang deze cijfers boven tafel te krijgen, via een beroep op openbaarheid van bestuur. Tot nu toe zonder succes. Er loopt inmiddels een formele procedure op basis van het Verdrag van Aarhus, dat burgers recht geeft op toegang tot milieugegevens. Hoeveel datacenters er precies zijn, is zelf ook onduidelijk. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) telt 104 centra met een meldplicht. De branchevereniging telt er 186 commerciële met een vermogen van minimaal 500 kW. Dat verschil van 82 centra kon eerst niemand verklaren. De RVO wijst nu op een mogelijke oorzaak. De branche telt ook centra die dat vermogen mogen hebben, maar niet daadwerkelijk hebben opgesteld. Die hoeven niet te rapporteren. Hoeveel stroom de grote commerciële datacenters precies gebruiken, blijft dus onduidelijk. Bij slechts 47 van de 186 is het water- of drinkwatergebruik bekend, blijkt uit het onderzoek.

Twee concrete voorbeelden zijn wel bekend. Het grootste datacenter van Microsoft in Nederland gebruikt alleen al 1 procent van het landelijke stroomverbruik, overigens wel afkomstig van hernieuwbare energie. Google daarentegen, met twee grote datacenters in Nederland, publiceert daarover helemaal geen openbare informatie.

Naast stroom speelt ook water een rol, nodig om de duizenden servers te koelen. In Nederland gaat het vermoedelijk om zo’n 0,1 procent van het totale waterverbruik, relatief beperkt dus. In andere Europese landen ligt dat gevoeliger, waar toenemende droogte door klimaatverandering waterschaarste al een groter probleem maakt.

Het gaat trouwens niet alleen om stroom. Datacenters nemen ook fysieke ruimte in, ruimte die daardoor niet meer beschikbaar is voor woningbouw of natuur.

Het stroomnet loopt vol: wie bepaalt waar datacenters komen?

Het stroomnet is vol. Op 15 oktober 2026 meldde NOS Nieuwsuur dat bijna een derde van het aangevraagde vermogen op de wachtlijst voor stroomaansluitingen van datacenters komt. Dat is 15 gigawatt. Volgens Nieuwsuur komt dat neer op ongeveer het totale aansluitvermogen van alle Nederlandse huishoudens nu.

Het aantal wachtenden groeide in de eerste helft van 2026 naar bijna 15.500. Nederland telt volgens Nieuwsuur op dit moment bijna 200 grote en 300 kleinere datacenters. Naar verwachting komen er nog ongeveer 200 bij.

Wie beslist er?

Volgens Nieuwsuur is er geen landelijk beleid voor waar datacenters mogen komen. In het regeerakkoord staat één zin over het stimuleren van “Europese autonome datacenters”. In april riep bijna de voltallige Tweede Kamer het kabinet op tot concreet landelijk beleid.

Gemeenten toetsen alleen of een aanvraag past binnen het Omgevingsplan. Sluiten de regels datacenters niet uit, dan hebben ze weinig te zeggen. Netbeheerders beslissen over stroomaansluitingen. Tot vorig jaar gold daarbij: wie het eerst komt, het eerst maalt. Nu mogen ze in specifieke gevallen nieuwe woonwijken voorrang geven boven datacenters, als er capaciteit is.

Wat zeggen netbeheerders en overheid?

Netbeheer Nederland vraagt het kabinet om harde keuzes. Joris de Groot van netbeheerder Alliander zegt: “We leven in een tijd van schaarste: niet alles kan overal.” Het kabinet moet volgens hem bepalen waar en onder welke voorwaarden er nog datacenters komen. Daar stemt Alliander zijn investeringen in het stroomnet op af.

Het Interprovinciaal Overleg wil dat de provincies bevoegd blijven voor de regionale afweging. De staatssecretarissen Willemijn Aerdts en Jo-Annes de Bat schrijven dat ze onderzoeken hoe het kabinet op korte termijn steviger kan sturen op de schaarste van ruimte en elektriciteit.

Wat kost het en wie betaalt?

De netbeheerders ramen de kosten van de uitbreiding van het net op ruim 200 miljard euro tot 2040. Een eerdere Nieuwsuur-reportage van 5 oktober 2026 noemde 235 miljard euro. Volgens hoogleraar Jan Rotmans kunnen die kosten ongeveer de helft lager uitvallen met slimmer gebruik van het bestaande net. Hij zegt ook dat consumenten uiteindelijk de rekening betalen.

Netbeheerders zien slimme maatregelen als aanvulling op de uitbreiding. Minister Boekholt-O’Sullivan wil dat netbewust bouwen vanaf 2028 de norm wordt.

Wat betekent dit in de praktijk?

Een voorbeeld uit een NOS-artikel van december 2025: een hogeschool in Almere kon niet uitbreiden omdat het lokale net vol was. Een groot nieuw datacenter kreeg wel capaciteit, omdat het eerder een aanvraag had gedaan. Zo kan een datacenter een andere organisatie in de weg zitten.

Volgens netbeheerder TenneT hangt de groei na 2030 deels af van de vraag of de golf aan AI-investeringen doorgaat. Dat is een reden waarom de keuzes van nu zo belangrijk zijn.

Wat zeggen de datacenters zelf?

De sector herkent zich niet in dit beeld. De branchevereniging Dutch Datacenter Association (DDA) vindt dat datacenters onterecht de schuld krijgen van het volle stroomnet. Directeur Stijn Grove zegt dat het niet aan de datacenters ligt dat het net vol zit.

Over de geheimhouding is hij duidelijk. Het verbruik per datacenter is volgens hem “bedrijfsgevoelige informatie”. De sector volgt volgens hem de wet en rapporteert al twintig jaar. Hij stelt dat de overheid gebundeld moet rapporteren, niet per locatie, net als bij andere sectoren. Als voorbeeld noemt hij ziekenhuizen. Het verbruik van alle ziekenhuizen samen is bekend, maar niet per ziekenhuis. Transparantie is volgens hem vooral belangrijk voor netbeheerders.

De DDA publiceert wel het totaalverbruik. In 2024 verbruikten datacenters 5100 GWh, goed voor 4,6 procent van alle stroom in Nederland. Dat is vergelijkbaar met alle woningen in Noord- en Zuid-Holland samen. Volgens de branche was 99,9 procent van die stroom groen. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat het stroomverbruik van datacenters wereldwijd in 2030 is verdubbeld.

Grove ziet de oorzaak van het volle net elders. Het stroomnet is volgens hem nooit ontworpen voor zonnepanelen en windparken op zee. Ook zijn datacenters vaak gekomen in gebieden waar geen rekening was gehouden met zulke grote verbruikers. De sector wil helpen. Ze wil investeren in bijvoorbeeld windparken op zee. Ook kunnen noodstroombatterijen en generatoren op piekmomenten bijspringen. Het jaarrapport van de DDA van juni 2026 noemt andere grootste drijvers van de netcongestie. Het gaat om de elektrificatie van de industrie, hernieuwbare opwek en energieopslag.

Verder noemt de branche grote datacenters efficiënter en ruimtezuiniger dan kleine. Ze zijn volgens haar “broodnodig”, niet alleen voor grote techbedrijven maar ook voor ziekenhuizen, universiteiten en de Belastingdienst.

Er zijn ook kanttekeningen. Trouw merkte tijdens het interview op dat groene stroom het probleem van het volle net niet oplost. Wetenschappers betwijfelen bovendien of de efficiëntie van grote datacenters opweegt tegen de druk op het net en de ruimte. Over de balans tussen nut en belasting wordt dus nog gediscussieerd.

De mensen achter je AI-antwoord

Minstens zo onzichtbaar is het menselijke werk achter een AI-model. Voordat een chatbot veilig genoeg is om te gebruiken, moet iemand eerst beoordelen welke content schadelijk, gewelddadig of ongepast is. Dat heet data labeling.

Een bekend voorbeeld: onderzoek van TIME Magazine bracht dit in 2023 aan het licht. OpenAI had dit werk uitbesteed aan arbeiders in Kenia, via het bedrijf Sama. Zij beoordeelden dagelijks teksten met daarin extreem gewelddadige, seksuele en verontrustende inhoud, waaronder beschrijvingen van kindermisbruik en zelfbeschadiging. Het verdiende loon: minder dan 2 dollar per uur.

Meerdere arbeiders raakten psychisch beschadigd door dit werk. Diezelfde uitbestedingsbedrijven, zoals Sama, werken niet alleen voor OpenAI, maar ook voor Google, Meta en Microsoft. Dit soort werk wordt structureel weggezet naar landen als Kenia, India, de Filipijnen en Uganda. Daar zijn lonen laag en is werkgelegenheid schaars.

Er is ook goed nieuws: de druk vanuit de arbeiders zelf leidde tot verandering. In 2023 stemden zo’n 150 AI-arbeiders in Nairobi voor de oprichting van een vakbond. Een eerste stap richting betere arbeidsvoorwaarden in deze sector.

Kun je AI wel ethisch gebruiken?

Het Amersfoortse adviesbureau Just Enough bekeek dit samen met het Britse Ethical Consumer. Het Nederlands Dagblad schreef er op 10 oktober 2026 over. De onderzoekers beoordeelden techbedrijven op zeven punten. Dat zijn klimaat, werknemersrechten, privacy, belastingmoraal, bedrijfsethiek, militaire banden en relaties met regimes die misdaden tegen de menselijkheid plegen.

Grote Amerikaanse aanbieders scoren volgens het onderzoek slecht tot zeer slecht. Het gaat om OpenAI, Anthropic, Google, Microsoft en xAI, met modellen als ChatGPT, Claude, Gemini, Copilot en Grok. Opvallend is dat Anthropic ook laag scoort. Dat bedrijf kreeg lang het imago van een relatief hoge ethische standaard. De lage score komt onder meer door banden met het Amerikaanse leger. Concurrent OpenAI heeft die banden ook.

Het onderzoek noemt ook alternatieven die beter scoren: Euria, Thaura en GreenPT. Econoom Paul Schenderling, mede-oprichter van Just Enough, erkent dat hun antwoorden kwalitatief minder kunnen zijn. Hij verwacht wel dat kleinere aanbieders het niveau van de grote partijen gaan bijbenen.

Schenderling geeft ook een vuistregel over stroomverbruik. Een vraag aan een chatbot kost naar schatting acht keer meer stroom dan een gewone zoekopdracht. Een plaatje laten maken kost meer dan een tekst laten schrijven. Een video kost nog meer. Zijn advies is om AI alleen in te zetten als het echt nodig is.

Het onderzoek zet de bevindingen naast elkaar, maar weegt ze niet tegen elkaar af. Wat je zwaarder vindt, bepaal je dus zelf. Dat ligt voor iedereen anders.

Wat betekent dit voor jou?

Dit betekent niet dat je AI voortaan moet mijden. AI kan een echt nuttig hulpmiddel zijn, zoals we in onze AI-trainingen ook laten zien. Het is wel goed om te beseffen dat er een reële prijs hangt aan elk antwoord dat een AI-model voor je genereert. Een prijs die je alleen niet direct ziet.

Een paar dingen die je hiermee kunt doen:

  • Wees je bewust van de volledige keten. Een AI-model “weet” niets uit zichzelf. Er zit stroom, apparatuur en mensenwerk achter, ook als je dat niet ziet.
  • Gebruik AI doelgericht in plaats van overmatig. Elke onnodige aanroep van een AI-model kost ergens stroom en rekenkracht.
  • Weeg ook de ethiek mee. Bekijk bij de keuze voor een AI-dienst niet alleen de kwaliteit. Kijk ook naar klimaat, privacy en werkomstandigheden.
  • Blijf kritisch op de beloftes van techbedrijven. Vooruitgang en gemak worden vaak breed uitgemeten, de kosten van die vooruitgang veel minder.
  • Volg het nieuws over arbeidsomstandigheden in de tech-toeleveringsketen. Net als bij kleding of elektronica speelt ook bij AI de vraag onder welke omstandigheden het werk wordt gedaan.

AI-vooruitgang wordt vaak gepresenteerd als vanzelfsprekend en onvermijdelijk. Het is de moeite waard om net wat verder te kijken dan het tekstvak op je scherm.


Bronnen

Illustratie van een chatscherm met daarachter een doorschijnend beeld van een serverrack en een werkende persoon, als symbool voor de verborgen kosten van AI

0 Reacties op "De verborgen kosten van AI: wat er achter je prompt schuilgaat"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 Computerwijs